Mythe van Sedna

Zoals het verhaal gaat was Sedna een prachtig mooi Eskimo meisje die bij haar vader woonde. Ze was wel erg ijdel en ze vond zichzelf veel te mooi om zomaar met iedereen te gaan trouwen. Telkens wees zij de jagers af die naar het kamp kwamen om haar hand te vragen. Op een dag zei haar vader: “ Sedna ons eten is op en we zullen van de honger omkomen. Jij hebt een man nodig die voor jou zorgt, dus de eerste de beste  jager die naar je hand vraagt zul je moeten trouwen.

Sedna deed net alsof ze haar vader niet gehoord had en bleef doorgaan met haar haren borstelen terwijl ze naar haar spiegelbeeld in het water keek. Niet lang daarna zag haar vader een jager het kamp naderbij komen. Hij zag er elegant uit, gekleed in bont en leek in goeden doen te zijn hoewel zijn gezicht verborgen bleef. Sedna’s vader sprak tegen de man: “Als je een vrouw zoekt ik heb een mooie dochter. Ze kan koken en naaien en ik weet dat ze een goeie vrouw zal zijn.”

Onder groot protest werd Sedna aan boord gebracht van de kayak van de jager en werd meegenomen naar haar nieuwe thuis. Spoedig kwamen zij aan op een eiland. Sedna keek rond maar zag niets. Geen hut, geen tent alleen maar kale rotsen en een kaal klif. De jager stond voor Sedna en toen hij zijn kap afdeed stootte hij een duivelse lach uit. Haar echtgenoot was geen man maar een raaf in vermomming. Ze gilde en probeerde weg te rennen maar de vogel sleurde haar mee naar een open plek op de klif. Sedna’s nieuwe huis waren een paar plukjes dierlijk haar en veren uitgestrooid op de harde koude rots. Het enige eten dat ze kreeg was vis. Haar echtgenoot, de raaf bracht haar na een dag vliegen op zoek naar eten, rauwe vis. Sedna was heel ongelukkig en droevig. Ze huilde en huilde en riep haar vaders naam.

Door de jammerende artische winden kon Sedna’s vader zijn dochter horen huilen. Hij voelde zich schuldig voor wat hij had gedaan want hij wist dat ze ongelukkig was. Hij besloot dat het tijd was om zijn dochter te redden. Hij klom in zijn kayak en peddelde dagen lang door de ijskoude arctische wateren naar Sedna’s huis. Toen hij aankwam stond zij aan de kust. Ze omhelsde haar vader en klom snel in zijn kayak en ze peddelden weg. Na vele uren reizen draaide Sedna zich om en zag een zwart stip in de verte. Ze voelde de angst binnen in haar naar boven komen omdat ze wist dat die stip in de verte haar boze echtgenoot was die haar zocht.

De zwarte raaf dook op de kayak af die dobberde op de oceaan. Sedna’s vader nam zijn peddel en gaf de raaf een klap maar miste terwijl de vogel hem aanviel. Uiteindelijk streek de raaf naast de kayak neer en klapte met zijn vleugel op de oceaan. Een hevige storm begon op te steken. De kalme oceaan veranderde in een woeste vloed en slingerde de kayak heen en weer. Sedna’s vader werd heel bang. Hij greep Sedna en gooide haar overboord in de oceaan. “ Hier schreeuwde hij, hier is je kostbare vrouw, alsjeblieft doe mij niets, neem haar.”

Sedna schreeuwde en worstelde terwijl haar lichaam gevoelloos werd in het ijskoude arctische water. Ze zwom naar de kayak, haar vingers grepen de zijkant van de boot. Haar vader, in doodsangst door de woeste storm, dacht alleen aan zichzelf toen hij zijn peddel greep en op haar vingers begon te slaan. Sedna schreeuwde naar haar vader te stoppen maar dat mocht niet baten. Haar bevroren vingers braken en vielen in de oceaan. Aangetast door de krachten van haar afgrijslijke echtgenoot veranderden haar vingers in zeehonden terwijl ze naar de bodem zonken.

Sedna probeerde opnieuw naar haar vaders kayak te zwemmen en zich er aan vast te klampen. Opnieuw greep hij de peddel en begon op haar handen te slaan. Nu braken haar handen die bevroren waren door de artische zee. De stompen begonnen af te dalen naar de bodem van de zee, dit keer veranderden ze in walvissen en ander grote zeedieren. Sedna kon niet langer vechten en begon zelf te zinken.

Sedna, gekweld en razend van woede door wat er met haar was gebeurd stierf niet. Zij werd en is nog steeds, godin van de zee. Haar metgezellen zijn de zeehonden, en de walvissen die met haar op de bodem van de oceaan zitten. Haar haat en woede naar mensen wekt de gewelddadige zeeën en stormen op. Jagers hebben daarom een grote eerbied voor haar. Ze moeten haar met groot respect behandelen.